De eurozone is weer een land rijker. Bulgarije ruilde om middernacht officieel zijn nationale munteenheid, de lev, in voor de Europese eenheidsmunt. Daarmee hebben nu 21 van de 27 EU-landen de euro als betaalmiddel. De invoering is bepaald niet onomstreden in het armste land van de Europese Unie. Volgens een recente enquête is een krappe meerderheid van 51 procent van de 6,7 miljoen Bulgaren voorstander, terwijl 45 procent liever de lev had behouden. Laatste charmeoffensief De voorstanders voerden op het laatst nog een charmeoffensief om de twijfels weg te nemen. Ze wijzen op de economische voordelen: handel wordt makkelijker en goedkoper als er geen geld en tijd wordt verloren met het wisselen van valuta. Dat scheelt jaarlijks wel 500 miljoen euro aan wisselkosten, rekende president Lagarde van de Europese Centrale Bank in november voor, op bezoek in de hoofdstad Sofia. "De euro maakt betalingen en reizen voor de Bulgaren makkelijker", zei voorzitter Von der Leyen van de Europese Commissie. "Er komen nieuwe kansen voor Bulgaarse bedrijven, zodat ze meer voordeel halen uit de gemeenschappelijke Europese markt." En voor toeristen geldt: wie komende zomer aan het populaire Zonnestrand aan de Zwarte Zee zijn drankje wil afrekenen, hoeft niet eerst levs te gaan pinnen. Soevereiniteit opgeven Tegenstanders vrezen vooral prijsstijgingen, iets wat Bulgaren er met een gemiddeld bruto-inkomen van 1300 euro niet bij kunnen hebben. Die vrees is niet geheel ongegrond: meerdere landen rapporteerden extra inflatie na de invoering van de euro, al bleek het effect achteraf gering. Kroatië, dat drie jaar geleden als laatste toetrad, deelde boetes uit aan winkels en bedrijven die de komst van de euro aangrepen om hun prijzen extra te verhogen. De Bulgaarse autoriteiten willen dit voorkomen, onder meer door de dagelijkse publicatie van prijzen van 101 gangbare producten op een website. Dat gebeurt al sinds augustus en gaat door tot augustus volgend jaar. Veel Bulgaren zijn daarnaast bang dat hun land met de lev een deel van zijn soevereiniteit weggeeft. Het wantrouwen tegen de overheid zit bij veel van de bewoners diep. Dat komt onder meer door de politieke chaos waarin hun land al jaren verkeert. De afgelopen vier jaar waren er maar liefst zeven keer landelijke verkiezingen, en de kans is groot dat de Bulgaren binnenkort voor de achtste keer naar de stembus mogen. Het lukt maar niet om een stabiele regering te vormen. Het centrale thema daarbij zijn beschuldigingen over en weer van corruptie en vriendjespolitiek. In november trad de regering af na massale protesten tegen de begroting, waarin extra geld voor overheidsfunctionarissen werd gevonden door de belastingen te verhogen. Een volwaardige nieuwe regering is er nog niet. Economie groeit Brussel hoopt dat de euro Bulgarije steviger in de EU verankert. Het land kent een pro-Russische stroming met bijbehorende politieke partijen die garen spinnen bij de politieke chaos. Onderzoeksjournalisten hebben aangetoond dat Rusland een desinformatiecampagne financierde om de verdeeldheid over de euro verder aan te wakkeren. In februari probeerden duizenden aanhangers van de pro-Russische partij Heropleving het kantoor van de Europese Unie in Sofia binnen te dringen, uit protest tegen de euro. Die komt vanaf vandaag desondanks uit de geldautomaten, al is dat later dan gepland. Bulgarije zat sinds 2020 in de wachtkamer, maar toetreding werd meerdere keren uitgesteld, onder meer doordat de inflatie te hoog was. In juni concludeerden de EU-regeringsleiders dat Bulgarije aan alle criteria voldeed. Dat de politieke instabiliteit invloed heeft op de stabiliteit van de munt, is niet waarschijnlijk: de Bulgaarse economie groeit bovengemiddeld en de staatsschuld is met 24 procent van het bruto binnenlands product een van de laagste van de EU. In de praktijk zat de lev al jaren vast aan de euro, aangezien de koers in 1999 gelijk werd gesteld aan die van de Duitse mark die vervolgens zelf in de euro opging. En zelfs al jaren voor de eurobiljetten officieel hun betaalmiddel werden, hadden de Bulgaren al invloed op hoe ze eruitzien. Nadat hun land in 2007 lid was geworden van de Europese Unie, werd op het briefgeld de cyrillische benaming "EBPO" toegevoegd aan "EURO" en het Griekse "EYP- omega ". Geen enkel ander EU-land gebruikt het cyrillische schrift.