Het eerste deel van de kop hierboven gebruikten we de voorbije twee decennia al wel vaker. Voor Sven Nys, in zijn glorietijd. Bart Wellens en Niels Albert, op de top van hun kunnen. Bij momenten zelfs voor Wout van Aert. Maar de eenzame hoogte die voor hen de hemel was, blijkt voor Mathieu van der Poel het universum.