De protesten die zich de afgelopen dagen steeds verder over Iran hebben verspreid, zijn geen plotselinge uitbarsting, maar het resultaat van jarenlang opgestapelde economische en politieke druk. Wat begon met winkeliers die eind december hun zaken sloten in de Grand Bazaar van Teheran, is uitgegroeid tot demonstraties in ministens 80 steden, verspreid over alle provincies. Volgens mensenrechtenorganisaties zijn bij de protesten tientallen doden gevallen en duizenden mensen opgepakt. Ook vanavond worden in veel Iraanse steden opnieuw grote protesten verwacht, onder meer in Teheran. In aanloop daarnaartoe is het internet op veel plekken sterk vertraagd , waardoor het delen van video's en het live volgen van de demonstraties nauwelijks mogelijk is. Waarom gebeurt dit nu? De directe aanleiding is economisch. De Iraanse munt, de rial, is in een jaar tijd bijna de helft van zijn waarde kwijtgeraakt. Inflatie ligt rond de 40 procent, terwijl prijzen van voedsel in sommige gevallen met meer dan 70 procent zijn gestegen. Voor veel Iraniërs betekent dat: lege portemonnees, schulden en het wegvallen van perspectief. Maar die economische malaise staat niet op zichzelf. Jaren van internationale sancties, in combinatie met structureel wanbestuur en corruptie, hebben de economie uitgehold. De recente Israëlische en Amerikaanse aanvallen op Iran in 2025, gevolgd door nieuwe sancties, hebben het gevoel van crisis verder verdiept. Voor veel Iraniërs is duidelijke geworden dat zowel externe druk als interne beleidsfouten bijdragen aan hun dagelijkse problemen, en dat wordt nu ook voorzichtig erkend door de opperste leider Ali Khamenei en president Masoud Pezeshkian. Wat deze protesten onderscheidt van eerdere golven, zoals die na de dood van Mahsa Amini in 2022, is het uitgesproken economische karakter. Toch klinken al snel ook politieke leuzen, tegen Khamenei en hier en daar ook vóór Reza Pahlavi, de zoon van de laatste sjah, die in ballingschap vanuit de Verenigde Staten actief oppositie voert. Het protest is dan ook niet alleen meer economisch gedreven, maar richt zich ook breder op de aanhoudende politieke repressie in het land en het uitblijven van hervormingen. Fluisterend of anoniem Ondanks de zichtbare woede heerst er ook angst. Die is diepgeworteld. De harde repressie na de protesten van 2022, met honderden doden en tienduizenden arrestaties, staat nog vers in het geheugen. Veel mensen weten dat openlijk spreken risico's oplevert voor henzelf en hun familie. Daar komt bij dat onafhankelijke media nauwelijks toegang hebben tot Iran. Internet wordt regelmatig beperkt, en sociale media worden scherp gemonitord. Wie wordt opgepakt, kan rekenen op een snelle berechting, zoals de rechtelijke macht nu opnieuw heeft aangekondigd. Dat maakt dat veel Iraniërs hun onvrede wel voelen, maar die alleen fluisterend of anoniem durven uiten. De reactie van de staat is tot nu toe dubbelzinnig. Pezeshkian zegt ruimte te willen laten voor vreedzaam protest en kondigde noodmaatregelen aan, zoals een maandelijkse toelage voor miljoenen Iraniërs en de benoeming van een nieuwe centrale bankpresident. Tegelijkertijd benadrukken Khamenei en de veiligheidsdiensten dat 'rellen' hard zullen worden aangepakt. Velen zien in deze verschillen van benadering een interne spanning binnen de machtsstructuur. Politiek leiders erkennen dat de economische crisis reëel is, terwijl de veiligheidsdiensten blijven waarschuwen voor buitenlandse inmenging, zeker na de openlijke steunbetuiging van Trump aan de demonstranten. Voorlopig lijken de protesten in sommige steden qua intensiteit af te nemen, zonder volledig te verdwijnen. Of de huidige onrust uitgroeit tot een nieuwe landelijke opstand zoals in 2022, is onzeker. Maar zolang de prijzen blijven stijgen en beloofde hervormingen uitblijven, blijft de vraag niet óf Iraniërs weer de straat op gaan, maar wanneer, en hoe hard de staat dan zal ingrijpen.