Scheefwonen met een koophuis: wat doe je ertegen?

"Ik krijg er pijn van in mijn buik", zegt Erik Gerritse over het CPB-bericht vanochtend dat 12.000 huurders van corporatiewoningen daarnaast een of meerdere koopwoningen bezitten en vaak weer verhuren. Gerritse is directeur van de grote Amsterdamse wooncorporatie Ymere en kent de gevolgen maar al te goed. Hoewel het gaat om nog niet 1 procent van het totaal aantal huurders in de corporatiesector, zijn het wel 14.374 woningen. En elk huis telt, zegt Gerritse. "Elke dag hoor ik over mensen in een schrijnende situatie of van wie het leven op pauze staat. Die mensen gun ik die woning meer dan iemand die er drie koophuizen op nahoudt." De CPB-cijfers zijn nieuw, maar de maatschappelijke verbolgenheid groeit al een paar jaar. Vijf jaar geleden analyseerde het Kadaster cijfers in opdracht van NRC waaruit een vergelijkbaar beeld naar voren kwam, wat leidde tot Kamervragen. Corporaties laten intussen in toenemende mate nieuwe huurcontracten opstellen. En vorig jaar was er de gewonnen rechtszaak van Ymere tegen een huurder. Wat doen deze huurders met hun koopwoning? Een groot deel van de scheefwoners met een koophuis verhuurt dat huis, zegt het CPB. Soms aan een eigen kind, soms aan een ouder, maar veel vaker nog aan iemand die verder van hen af staat. Dat is het geval bij zo'n 4000 woningen. Bij een paar duizend andere huizen woont een ex-partner nog in de woning. Daarnaast staan er ook nog zo'n 2000 huizen leeg, in ieder geval op papier. Het kan wel dat die huizen als tweede huis worden gebruikt of zonder registratie ook verhuurd worden. Of dat zo'n huis wordt verbouwd. Ymere zette juridische stappen nadat aan het licht was gekomen dat een huurder in een sociale huurwoning woonde, maar ondertussen twee koopwoningen verhuurde voor duizenden euro's. De man vond dat hij niets verkeerd deed en weigerde de woning terug te geven. Daarop spande Ymere een zaak aan. De corporatie wilde de woning terug vanwege 'dringend eigen gebruik'. Dat argument wordt normaal gesproken ingezet als een huiseigenaar er zelf in wil wonen, nu zodat er iemand kon wonen die de sociale huurwoning echt nodig heeft. De rechtbank gaf de woningcorporatie gelijk. Aangepast contract De zaak heeft veel teweeggebracht, zegt advocaat Koert Gobbens van het Rotterdamse Yur Advocaten. Hij helpt corporaties bij het wijzigen van huurcontracten om dit soort vormen van scheefhuur tegen te gaan, iets dat steeds meer urgentie krijgt. "Nu is het enige dat vaak benoemd wordt, dat de woning iemands hoofdverblijf moet zijn. En zelfs dát staat nog niet altijd in bestaande contracten. De wet zegt verder vooral dat je een goede huurder moet zijn. Maar ook als een huurder meerdere koopwoningen bezit, kan diegene in theorie nog zeggen: ik zorg prima voor deze huurwoning, dus geen reden tot ontruiming." Hoewel corporaties zich door de uitspraak van Ymere gesterkt voelen, waarschuwt Gobbens dat dit gaat om een specifieke situatie. "Elke situatie staat op zich, en het is ook altijd de vraag wat er in het contract staat. Het wijzigen van een lopend contract is lastig, een huurder zal daarmee niet snel vrijwillig akkoord gaan." Speurwerk Grote vraag in deze discussie: hoe kom je er als verhuurder achter dat een huurder scheefwoont en wat doe je vervolgens? Leendert Yntema speurt beroepsmatig naar fraude. Hij werkt voor verschillende woningcorporaties en komt wekelijks gevallen tegen van huurders die ook koophuizen bezitten. Onderdeel van de onderzoeken is langsgaan bij het huurhuis. "Als diegene keurig in de sociale huurwoning woont, kun je niet veel doen", zegt Yntema. "Maar het komt ook voor dat huurders eigenlijk in het koophuis wonen en andere mensen in de huurwoning laten wonen. Als vriendendienst, of als illegale onderhuur." In zulke gevallen kan sprake zijn van woonfraude en kan de corporatie stappen ondernemen. Ymere vraagt inmiddels aan aspirant-huurders of ze vastgoed hebben. "Hebben ze dat, dan gaan we geen huurcontract met ze aan", zegt Gerritse. Aan de voorkant is het nu geregeld, zegt hij. Maar wil je handhaven bij bestaande huurders, dan is dat verschrikkelijk lastig. "En dat is per toeval: op basis van controles, tips van buren. Het liefst zouden we eens per jaar de gegevens naast elkaar leggen en in gesprek gaan met de mensen die dus blijkbaar genoeg woningen hebben om er zelf in te wonen."