Wetenschappers hebben in grotten in Saudi-Arabië de gemummificeerde overblijfselen gevonden van cheeta's. Een aantal van de resten waren meer dan 4000 jaar oud. De leider van het onderzoek noemt de vondst "ongekend". In totaal vonden de onderzoekers zeven mummies van jachtluipaarden, en ook tientallen botten, in de buurt van de noordelijke stad Arar. Ze waren op een natuurlijke wijze gemummificeerd, en dus niet door een mens. Hoe het precies is gebeurd, is niet duidelijk. De onderzoekers vermoeden dat de droge omstandigheden en de stabiele temperatuur in de grotten een rol hebben gespeeld, zeggen ze in het wetenschappelijke tijdschrift Nature . Sommige van de resten zijn 130 jaar oud, terwijl de oudste meer dan 4000 jaar oud zouden zijn. Populatie flink afgenomen Het komt niet vaak voor dat de overblijfselen van grote zoogdieren zo goed bewaard blijven. Vaak zijn de karkassen een prooi voor bijvoorbeeld hyena's of vogels. De wereldwijde populatie cheeta's is flink afgenomen. Ooit leefden ze in bijna heel Afrika en delen van Azië. Nu leven ze nog maar in 9 procent van hun oorspronkelijke leefgebied. In Saudi-Arabië zijn ze al decennia niet meer gezien. Van de Aziatische cheeta, die vroeger in Saudi-Arabië voorkwam, leven er nu nog maar zo'n vijftig in het wild, in Iran. Dat er nu goed bewaarde resten van de dieren zijn gevonden noemt de hoofdonderzoeker "volstrekt ongekend". Ook biedt het "inzichten in de evolutionaire geschiedenis en het uitsterven van cheeta's in Saudi-Arabië". Volgens de onderzoekers kan de kennis die ze met de recente vondst opdoen van waarde zijn als er in de toekomst geprobeerd wordt de dieren opnieuw te introduceren in gebieden waar ze niet meer voorkomen.