OM eist 24 jaar cel en tbs voor dodelijke schietpartij Dronten

Het Openbaar Ministerie heeft 24 jaar cel en tbs geëist tegen een 49-jarige man uit Dronten voor een dodelijke schietpartij in die plaats. De man wordt ervan verdacht dat hij in september 2024 zijn 30-jarige buurman heeft doodgeschoten. Twee anderen raakten zwaargewond. Tegen zijn 47-jarige vrouw, die wordt gezien als medepleger, is 15 jaar cel geëist. De schietpartij vond op klaarlichte dag plaats. Het dodelijke slachtoffer werd van dichtbij meerdere keren geraakt, en overleed ter plekke aan zijn verwondingen. Een 39-jarige vrouw en een 32-jarige man raakten zwaargewond. Moord Het OM houdt beide verdachten verantwoordelijk voor het geweld en verdenkt het stel van moord en twee keer een poging daartoe. Op de deurbelcamera van de verdachten is volgens justitie te zien hoe het stel de buren buiten opwacht. De man zou hebben geschoten, terwijl de vrouw hem volgens het OM aanmoedigde door in het Papiaments 'dood ze' te roepen. "Verdachten hebben een executie uitgevoerd. Op klaarlichte dag bij een speeltuin in een woonwijk", stelde de officier van justitie. "Zij hebben het overleden slachtoffer zijn grootste recht, het recht op leven, afgenomen. De andere slachtoffers zijn voor de rest van hun leven fysiek en psychisch beschadigd." Burenruzie De verdediging van de mannelijke verdachte pleitte voor vrijspraak en voerde noodweer aan. Er zou sprake zijn van een burenruzie die al langere tijd speelde. Volgens zijn advocaat verkeerde de man in angst vanwege eerdere bedreigingen door de buren en handelde hij uit paniek. Ook werd gewezen op zijn psychische toestand en PTSS, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar zou zijn. Als de rechtbank toch tot een veroordeling komt, zou een gevangenisstraf volgens de advocaat niet hoger mogen zijn dan vier jaar. De geëiste straf noemde hij "ongekend misplaatst." De advocaat van de vrouwelijke verdachte vroeg eveneens om volledige vrijspraak. Volgens hem is er geen bewijs dat zijn cliënt als medepleger heeft gehandeld of opzet had om te doden. Daarnaast stelde de advocaat dat zij niet wist dat haar partner een vuurwapen bij zich had en dat haar gedrag geen doorslaggevende rol speelde. De rechter doet uitspraak op 13 februari.