Begin december brak een grote flatbrand uit aan de Jan Ligthartstraat in Heemskerk. Het vuur ontstond in het appartement van een vrouw over wie al langere tijd werd geklaagd. Andere bewoners trokken zeker een jaar lang aan de bel. Waarom werd er pas ingegrepen nadat het misging? Bewoners van het complex aan de Jan Ligthartstraat schrokken begin december wakker van een brand op de tweede etage. In het holst van de nacht werden 61 mensen geëvacueerd. Drie woningen zijn tot zeker het einde van deze maand onbewoonbaar. Voor bewoners kwam het incident niet helemaal onverwacht . De brand brak namelijk uit bij een bewoonster die al langer voor problemen zorgde. Al ruim een jaar klaagden flatbewoners over geluidsoverlast: gebonk op de muren, harde muziek midden in de nacht. Ze vermoedden dat het slechts een kwestie van tijd was voor het mis zou gaan. In het dossier van de woningcorporatie zitten klachten van minstens achttien personen. Trillend op hun benen Als NH in de ochtend na de brand enkele flatbewoners spreekt, staan ze nog te trillen op hun benen. Toch klinkt er ook opluchting dat er nu eindelijk actie wordt ondernomen tegen de vrouw. Wel blijven ze met de grote vraag achter: waarom is er na al die meldingen nooit eerder ingegrepen? Tekst gaat door onder de foto. De situatie is ingewikkeld, legt Sjoerd Hooftman uit, directeur van woningcorporatie Woon Op Maat. "Als corporatie sta je in zo’n situatie met je rug tegen de muur. Je kunt een huurder niet zomaar uit huis zetten; daar is altijd toestemming van de rechter voor nodig." Bewoonster mijdt zorg Na de brand heeft Hooftman gecontroleerd of eerdere meldingen correct zijn doorgegeven. "Wij waren op de hoogte en hebben de signalen doorgestuurd naar Vangnet en Advies, het meldpunt binnen de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) dat mensen begeleidt die zelf geen hulp vragen of die zorg weigeren. Het is aan hen de situatie te beoordelen." De bewoonster aan de Jan Ligthartstraat mijdt de zorg, wat de situatie volgens Hooftman extra ingewikkeld maakt. Tekst gaat door onder de foto. In regio Midden-Kennemerland is Vangnet en Advies het meldpunt voor dergelijke problemen. Zij komen in actie na meldingen van omwonenden, maar ook gemeenten, politie en woningcorporaties kunnen signalen doorgeven. Vervolgens nemen ze contact op met de betreffende persoon en stellen een zorgplan op. Vanwege privacy kan Erny Grootveld, woordvoerder van Parnassia waar Vagnet en Advies onder valt, niet ingaan op individuele gevallen. In algemene zin legt ze daarom uit hoe dit soort situaties meestal verlopen. 'Grote afstand tussen overlast en gevaar' Voordat ze verder ingaat op de procedure, wil ze eerst een aantal denkfouten uit de wereld helpen. "Als iemand verward gedrag vertoont, betekent dat niet automatisch dat diegene psychische problemen heeft. In negen van de tien gevallen is iemand bovendien niet bekend bij de geestelijke gezondheidszorg als meldingen binnenkomen. En er zit een grote afstand tussen overlast en daadwerkelijk gevaar." In Nederland kun je iemand ook niet zomaar zorg opleggen. "Dat kan alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als iemand een direct gevaar vormt voor zichzelf of anderen, en een rechter toestemming geeft voor gedwongen zorg." Eerst achter de voordeur komen Wanneer meldingen binnenkomen over iemand die zorg mijdt, maakt de bemoeizorg een inschatting van de situatie. Dat proces kan veel tijd kosten. "Soms duurt het een half tot driekwart jaar voordat er überhaupt contact is, bijvoorbeeld als iemand de deur niet opent. Je moet eerst achter de voordeur komen om een inschatting te maken. Pas daarna kan een juridische procedure worden gestart." In het geval van de bewoonster aan de Jan Ligthartstraat liep het traject op het moment van de brand nog, vertelt Hooftman. Op de vraag of Woon Op Maat dingen anders had moeten doen, reageert hij twijfelachtig. 'Misschien eerder aandringen op gang naar rechter' "We proberen op verschillende manieren druk op te voeren. Misschien hadden we eerder duidelijker grenzen moeten stellen en steviger moeten aandringen op een gang naar de rechter. Tegelijkertijd hebben we gehandeld binnen de geldende regels." Wel wil Hooftman het gesprek met de gemeente aangaan over hoe dit soort situaties in de toekomst beter kunnen worden aangepakt. "Mensen wonen nu vaak óf volledig zelfstandig, óf met zware zorg en begeleiding. Daar tussenin is weinig. Ik denk dat we moeten kijken naar een tussenvorm: een nauwer samenspel tussen gemeente, zorg en woningcorporatie."