Zo snel als ik kon, kroop ik onder twee dekbedden

Wat een sneeuw! Zo mooi. Als een deken ligt het over ons vlakke land. De weilanden zijn wit, de bossen zijn wit, de dorpen en steden: alles wit. De straat is wit, de stoep is wit, de bomen zijn wit, de lucht is wit, en ook mijn fiets is bedekt met een wit laagje sneeuw: keurig opgestapeld op het zadel, het stuur, de stang en de spatborden. Zelfs op mijn koplamp ligt een klein, perfect gerangschikt hoopje sneeuw.