Het oude stadhuis was ver beneden de stand van Amsterdam

In het programma De Verdwenen Stad gaan we iedere keer naar een andere plek in Amsterdam om te kijken hoe die in de loop van de tijd is veranderd. Deze keer zijn we op de Dam. Het paleis dat we hier zien is in de zeventiende eeuw gebouwd als stadhuis, maar eerder stond op deze plek een ander stadhuis, dat tijdens een grote brand werd verwoest. Het oude stadhuis stond iets voor het huidige paleis, wat ooit het nieuwe stadhuis was. "Als je de precieze locatie van het oude stadhuis wilt voorstellen", zegt architectuurhistoricus Pieter Vlaardingerbroek, "dan moet je de Kalverstraat doortrekken in de Nieuwendijk, als een soort gebogen lijn. En in die gebogen lijn stond dan het oude stadhuis van Amsterdam." Tekst gaat door onder de afbeelding. Het was volgens Vlaardingerbroek niet het indrukwekkendste stadhuis dat er was in die tijd. Het was meer een soort allegaartje van meerdere gebouwen bij elkaar. Andere steden, met name in de Zuidelijke Nederlanden, hadden al grote monumentale stadhuizen. Maar in Amsterdam zagen ze dit als een voordeel, want hun karigheid was ook hun trots. Wij doen het voor het volk, klopte het stadsbestuur zich op de borst. Hier wordt geen gemeenschapsgeld verkwist: kijk eens hoe verantwoord wij met jullie geld omgaan. Maria de Medici Dat veranderde toen de Franse koningin Maria de Medici in 1638 naar Amsterdam kwam. Nooit eerder bezocht zo'n voornaam persoon de hoofdstad. Het stadhuis verkeerde inmiddels niet meer in de beste staat. Ooit stond er een spits op het stadhuis, maar dat zou nu niet meer kunnen: zo'n bouwval was het inmiddels. En in dit stadhuis, dat op instorten stond, moest de vorstin worden ontvangen. Er was daarna maar één conclusie mogelijk: er moest een nieuw stadhuis komen, dat meer recht deed aan hoe belangrijk Amsterdam als stad was. Tekst gaat door onder de afbeelding. Stadhuis in brand Nog tijdens de bouw van het nieuwe stadhuis, brandde het oude af. De volkswijk, waar het oude stadhuis deel van uitmaakte, was opgekocht en zou worden gesloopt. Zolang het nieuwe stadhuis er nog niet stond, bleef het oude in gebruik. Op 16 juli 1652 liep de hele stad uit om te redden wat er te redden viel. Amsterdammers stonden in rijen om de emmer water door te geven. Omringende gebouwen werden met natte lakens omhangen om erger te voorkomen. Tekst gaat door onder de afbeelding. Gelukkig konden nog vele kunstwerken uit de vlammen worden gered. In het Amsterdam Museum vinden we daar nog heel wat voorbeelden van. Ook de boeken uit de aanpalende wisselbank bleven gespaard, zo zien we in het Stadsarchief Amsterdam.