Het Nationaal Media Onderzoek (NMO) verandert de manier waarop het de kijkcijfers in Nederland meet. Vanaf 6 april wordt de volgende dag al bekend hoeveel mensen voor de buis hebben gezeten. Online kijkers worden ook meegenomen in de telling. Het NMO maakte de afgelopen twee jaar pas na een week bekend hoeveel mensen televisie hebben gekeken. Voor die tijd gebeurde dat de dag na uitzending. Die extra tijd gaf de organisatie de ruimte om de mensen die uitzendingen terugkeken ook mee te nemen in de telling. Ook zal het kijkgedrag van mensen op andere platformen onderzocht worden. Voorheen mat de organisatie alleen het aantal televisiekijkers, maar de populariteit van 'ouderwets' televisie kijken neemt al jaren af. De uitbreiding van de meting moet een vollediger beeld geven van het kijkgedrag en in kaart brengen op wat voor beeldscherm er wordt gekeken. Streamingdiensten Het NMO neemt onder meer smartphones, tablets en streamingdiensten mee in het onderzoek. Ook platformen waarop gebruikers zelf video's kunnen delen en bekijken, zoals TikTok en YouTube, vallen hieronder. De cijfers worden in delen gepubliceerd. Een week na de uitzending worden de eerste kijkcijfers aangevuld met aantallen mensen die programma's hebben teruggekeken. Kijkers op andere apparaten en platformen worden pas dertien dagen later toegevoegd aan het totaal.