Meer dan de helft van de bushaltes in Nederland is niet of slecht toegankelijk voor mensen met een beperking. Vooral mensen met een visuele beperking hebben ermee te maken. Zes van de tien haltes hebben geen of onvoldoende hulpmiddelen om blinden en slechtzienden te ondersteunen bij het busvervoer. Voor mensen met een motorische beperking, die afhankelijk zijn van bijvoorbeeld een rolstoel, is iets minder dan de helft van de bushaltes niet goed uitgerust. Dit blijkt uit onderzoek van RTV Oost in samenwerking met de andere regionale omroepen, die cijfers van ov-samenwerkingsverband DOVA hebben geanalyseerd. Jurre Siebert uit Arnhem gaat dagelijks met de bus. Hij is slechtziend en loopt moeilijk. "Ik ben afhankelijk van het openbaar vervoer. Ik heb geen fiets en geen rijbewijs. Het ov is voor mij de enige optie." Hoewel het vaak goed gaat, zijn Sieberts reizen met het ov niet altijd zonder problemen. "Voor mij is het belangrijk dat een bushalte goed zichtbaar is. Ik heb het liefst een bushokje. Maar regelmatig staat er alleen maar een haltepaal langs de weg." Voor Siebert is het belangrijk dat een rit met de bus van deur tot deur soepel verloopt. Dat is niet altijd het geval. Hij is daar niet de enige in, merkt Pieter Waalboer, lid van de ledenraad van de Oogvereniging. Soms liggen er bij een halte wel geleidelijnen, maar sluiten die niet op de omgeving aan. "Dan heb je een toegankelijk eiland in een ontoegankelijke omgeving. Daar heb je dan niets aan." Zelfs als een bushalte in principe goed is, dan nog is soepel reizen niet gegarandeerd, merkt Siebert. "Buschauffeurs moeten je wel zien staan, en ook willen helpen. Als ze een slechte dag hebben, is dat niet altijd het geval." Toch maakt hij ook regelmatig mee dat de buschauffeur welwillend is, vraagt of hij veilig staat, en aan andere passagiers vraagt om ruimte te maken. Verschillen stedelijk en landelijke gebieden Veruit de meeste bushaltes zijn gemeentelijk eigendom. Gemeenten met veel ontoegankelijke bushaltes liggen vaak in plattelandsgebieden. Een voorbeeld is Lopik, waar 95 procent van de haltes ontoegankelijk is. Volgens Lopik zijn het buurtbushaltes in "de typisch landelijke lintstructuur" van de gemeente. Voetgangers, fietsers en auto's maken er gebruik van dezelfde weg. "De halteplaatsen zijn dan ook zelden meer dan enkel een haltebord. Het zijn niet zozeer de bushaltes die ongeschikt zijn maar de hele infrastructuur is niet ingericht voor doelgroepen." Omdat het aantal gebruikers van deze haltes klein is, is de gemeente niet van plan de bushaltes toegankelijker te maken. Wat maakt een bushalte toegankelijk? Om te bepalen of een bushalte toegankelijk is, gebruikt DOVA meerdere criteria. Bijvoorbeeld: heeft de bushalte geleidelijnen? Sluiten die aan op de omgeving van de bushalte? Sluit de hoogte van het perron aan op de instaphoogte van de bussen? Is er een lift aanwezig, en is het perron breed genoeg voor iemand die in een rolstoel zit? Waalboer hoort dit argument vaker. Hij wijst erop dat Nederland het VN-verdrag Handicap heeft ondertekend. Daarin is afgesproken dat mensen met een beperking, net als anderen, vrij toegang moeten hebben tot vervoer. "Het ov is een publieke voorziening. Het is niet aan de overheid of aan belangenorganisaties om te bepalen welke haltes wel en niet toegankelijk moeten zijn. Alles moet toegankelijk zijn, daar kun je geen discussies over voeren." Veel grotere, stedelijke gemeenten hebben een relatief goede toegankelijkheid. Van de grotere gemeenten scoren Hengelo en Amersfoort het best. Meer dan 90 procent van de bushaltes daar is toegankelijk voor mensen met een motorische en een visuele beperking. Ondanks alles is Siebert blij dat hij met het ov kan. In het verleden maakte hij gebruik van een taxi, maar sinds hij het ov heeft ontdekt, is zijn wereld een stuk groter. "Ik voel vrijheid. Mijn omgeving is een stuk groter geworden, ik hoef niet meer binnen mijn eigen regio te blijven." Verantwoording van het onderzoek Voor dit verhaal zijn de cijfers gebruikt zoals die op 13 januari beschikbaar waren. Ze zijn afkomstig van DOVA, een samenwerkingsverband van de ov-autoriteiten, die bestaan uit de twaalf provincies, de Vervoerregio Amsterdam, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, en het OV-bureau Groningen Drenthe. Deze ov-autoriteiten hebben een Halteviewer gemaakt, en zijn verantwoordelijk voor de data, maar sommige besteden het aanleveren van de haltedata uit aan de wegbeheerders. Daardoor kan het zijn dat data verouderd zijn, omdat wegbeheerders de actuele situatie nog niet hebben verwerkt, of na 13 januari aanpassingen hebben gedaan.