Niet eerder huilde Jan zo veel en lang om een sportprestatie als om het goud van Antoinette Rijpma-De Jong. Hij ziet zijn eigen geschiedenis weerspiegeld en trekt een parallel met het geloof. 'De mens met al zijn onvermogen wordt gezien. Mag uiteindelijk mee het podium op.' Merel verwondert zich erover hoe Jan er met al zijn zachtheid doorheen heeft weten te leven en vindt een bemoediging voor 'zachtmoedigen' in de Bergrede.