Na de liquidatie van opperste leider Khamenei riep president Trump de Iraanse bevolking op in opstand te komen. "Wanneer wij klaar zijn met de bombardementen, neem dan jullie regering over", spoorde hij de Iraniërs aan. Een grote gok, want er staat geen gedoodverfde kandidaat of oppositiegroep klaar om het over te nemen. De Amerikanen lijken niet te hebben bedacht hoe de bevolking de macht zou kunnen grijpen. "Bommen creëren geen politieke alternatieven", stelt Iran-deskundige Ali Vaez in het Amerikaanse magazine Foreign Affairs . "De Iraanse bevolking is ongewapend, gefragmenteerd en staat tegenover een van de meest beveiligde staten van de regio." Het regime wordt hard geraakt door de Amerikaanse en Israëlische aanvallen. Toch lijkt het systeem ook na de dood van ayatollah Khamenei niet te wankelen. Volgens veel analisten is het zo ontworpen dat het ook na het wegvallen van kopstukken kan overleven . Iraniërs zijn keer op keer met gevaar voor eigen leven de straat op gegaan om te demonstreren tegen het regime, maar nu Teheran en andere steden zwaar worden gebombardeerd, blijven protesten uit. Tienduizenden inwoners zijn op de vlucht geslagen. "Mensen zijn bezig om te overleven", zegt Ladan Rahbari, socioloog en Iran-deskundige aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in Iraans activisme. Voormalige kroonprins In Iran is geen georganiseerde verenigde oppositie. Activisten en kritische politici zijn in de loop van de jaren vastgezet of naar het buitenland gevlucht. Hervormingsgezinde partijen zijn verboden of naar de marge gedreven. Daar komt nog bij dat binnen de oppositie veel onenigheid heerst en met wantrouwen naar elkaar wordt gekeken. Iran kent ondanks de repressie een sterk maatschappelijk middenveld, met mensenrechtenorganisaties en een grote vrouwenrechtenbeweging. Narges Mohammedi bijvoorbeeld, die in 2023 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, blijft zich ondanks haar gevangenisstraf inzetten voor vrouwenrechten. Maar net als andere opgesloten activisten, is zij niet een figuur die de leiding naar zich toetrekt. Wie zich wel opwerpt als leider is Reza Pahlavi , zoon van de voormalige sjah die al bijna vijftig jaar in de VS woont en van daaruit campagne voert. Tijdens de laatste protesten ging zijn naam veelvuldig rond. Hij riep de bevolking op om massaal de straat op te gaan, en zijn naam werd veelvuldig gescandeerd. Hoe populair de voormalige kroonprins is, "is op dit moment onmogelijk te zeggen", stelt Iran-kenner Rahbari. Door de vele recente media-aandacht in het westen kan zijn populariteit worden overschat. Pahlavi wekt ook wantrouwen. Hij heeft geen afstand gedaan van zijn vader, die met harde hand regeerde en met zijn Perzische nationalisme etnische minderheden onderdrukte. Ook stelt Pahlavi zich positief op richting Israël, wat niet bij iedereen in goede aarde valt. Na al die jaren is het Pahlavi niet gelukt een verenigde, stabiele coalitie op te bouwen. Hervormingsgezinde politici Binnen Iran zijn er oppositiegroepen die etnische en regionale minderheden vertegenwoordigen, zoals Azeri's, Koerden en Baloetsji's. Zij willen niet alleen een einde aan het systeem van de ayatollahs, maar ook meer erkenning van hun taal en cultuur. "Deze groepen zijn goed georganiseerd en hebben de potentie om samen te werken", zegt Rahbari. "Maar het is de vraag of zij de bredere bevolking achter zich kunnen krijgen." Dan zijn er nog de arbeiders en de lagere middenklasse. Zij uiten niet alleen hun onvrede over de corruptie en de torenhoge inflatie, maar ook over de ideologie van het regime. Een van de belangrijkste bewegingen is die van universiteitsstudenten , die in het verleden vaak aanjagers zijn geweest van protestgolven. Maar al deze groepen kennen geen prominente leiders. In het verleden hebben hervormingsgezinde presidenten, zoals Khatami en Rohani, geprobeerd om het systeem van binnenuit te veranderen, maar zij liepen stuk op de onvermurwbaarheid van Khamenei. Van hen valt ook nu weinig te verwachten, denkt Rahbari. "Hun beloftes zijn niet uitgekomen en de bevolking heeft zo'n diepe haat ontwikkeld tegen het systeem, dat ze niet geloven dat het nog te hervormen valt." De Iraanse Revolutie in 1979 kon slagen omdat verschillende groepen elkaar vonden in hun verzet. Studenten, socialisten, geestelijken en anderen verenigden zich tegen de sjah. "Op korte termijn is er geen mogelijkheid het regime omver te werpen", zegt Rahbari. "Er is alleen kans als hooggeplaatste militairen van kant wisselen en Iraanse groepen zich weten te verenigen."