De gerechtshof van Vaticaanstad heeft in een historisch vastgoedproces het vonnis tegen de Italiaanse kardinaal Angelo Becciu ongedaan gemaakt. Hij werd in 2023 veroordeeld tot 5,5 jaar cel voor verduistering. Ook de vonnissen tegen acht andere veroordeelden gingen in hoger beroep van tafel. Volgens het hof zijn er zowel door het Vaticaanse Openbaar Ministerie als door de vorig jaar overleden paus Franciscus procedurele fouten gemaakt in de zaak. Het proces moet daarom over. Op 22 juni komen de partijen weer bijeen om data voor een nieuwe reeks zittingen af te spreken. Vastgoed in Londen De zaak draait om financiële wantoestanden waarbij de 77-jarige kardinaal en anderen vermoedelijk betrokken waren. Die kwamen aan het licht toen Italiaanse onderzoeksjournalisten er in 2020 over publiceerden. Centraal staat een investering van 350 miljoen euro in een pand in de deftige Londense wijk Chelsea. Het Vaticaan moest dat pand uiteindelijk met 140 miljoen euro verlies verkopen. Becciu werkte destijds bij het staatssecretariaat van het Vaticaan en was verantwoordelijk voor het goedkeuren van grote uitgaven. Aanklagers stellen dat de kardinaal gebruikmaakte van giften voor de armen om de vastgoeddeal te financieren. Ook zou hij een greep hebben gedaan in het persoonlijke liefdadigheidsfonds van de paus. Volgens de aanklacht verdween er bovendien geld naar broers van Becciu en naar een vrouw die zogenaamd diplomatieke missies voor het Vaticaan vervulde. Uitgesloten Becciu nam na de publicaties in de media ontslag en werd uitgesloten van publieke functies in de kerk. Hij bleef kardinaal, maar zonder de bijbehorende rechten. Hij nam afgelopen jaar ook niet deel aan het conclaaf waarbij de huidige paus Leo XIV werd gekozen. De kardinaal en de andere verdachten in het vastgoedproces hebben overigens altijd volgehouden onschuldig te zijn en gingen daarom in hoger beroep. Vaticaan-correspondent Andrea Vreede: "Het hof noemt als reden dat de decreten waarmee paus Franciscus als wetgever tijdens het vooronderzoek de bevoegdheden van het OM uitbreidde nooit gepubliceerd zijn. In feite greep de paus als opperste wetgever dus in tijdens een lopend onderzoek zonder dat de verdediging daarvan wist. Verder heeft de openbare aanklager zaken in de documentatie achtergehouden en was er zo geen sprake van een eerlijk proces. Het laat zien hoe slecht en chaotisch het OM van Vaticaanstad te werk ging. Dat het proces nu over moet, is hoe dan ook een succes voor de advocaten van Becciu en de anderen. En een blamage voor de rechtsspraak in de staat van de paus. Wat in de wandelgangen het 'proces van de eeuw' is gaan heten en een testcase moest zijn voor Franciscus' aanpak van financiële wantoestanden, blijkt uit te draaien op een nachtmerrie voor de aanklagers."