De Cubaanse regering verbiedt de Amerikaanse ambassade om diesel te importeren voor generatoren. Een verzoek daartoe is afgewezen, melden Amerikaanse bronnen aan The Washington Post. Ook de Amerikaanse ambassade in de hoofdstad Havana merkt de gevolgen van de olieblokkade door de VS. Tijdens de vele stroomstoringen is het gebouw afhankelijk van generatoren. Om brandstof te besparen zijn gebouwen waar ambassadepersoneel verblijft, uitgerust met zonnepanelen en batterijen. Ook is besloten om maximaal vier uur per dag generatoren te laten draaien. De regering van president Trump heeft een olieblokkade ingesteld om de druk op het regime op te voeren. Trump wil dat president Miguel Díaz-Canel opstapt. Door die blokkade is er in Cuba een groot tekort aan brandstof. Daarnaast is er ook weinig eten en valt de stroom voortdurend uit op het eiland. Het verzoek om de import van diesel is door de Cubaanse regering "schaamteloos" genoemd, schrijft The Washington Post op basis van communicatie tussen de ambassade en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Cubaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zou aan de ambassade hebben geschreven dat de diesel voor de Amerikanen een privilege zou zijn die VS de Cubanen ontzegt. Noodhulp Op Cuba is niet genoeg brandstof om het verouderde energienetwerk draaiende te houden. Ook veel vrachtwagens en het openbaar vervoer kunnen niet rijden. Internationaal klinken de zorgen over de verslechterende situatie als gevolg van president Trumps olieblokkade steeds luider. Vanuit Mexico zijn de afgelopen weken meerdere schepen vertrokken met noodhulp, maar daar zit geen brandstof bij. Bondgenoot Rusland zou een olietanker richting Cuba sturen om de Amerikaanse blokkade te doorbreken, maar die veranderde volgens The New York Times toch van koers.