Hoe perenbomen uit Zeeland voor meer leven in de Waddenzee zorgen: "3,5 keer zo veel vis"

Afgedankte perenbomen uit Zeeland zorgen voor meer biodiversiteit in de Waddenzee: dat is de conclusie van een onderzoek door het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). De bomen zorgen ervoor dat er tot wel 3,5 keer zo veel vissen worden waargenomen in het Eierlandse Gat, ten noorden van Texel. "We zien dit onderzoek echt als een succes." Het onderzoek is bedoeld om de biodiversiteit in de permanent onder water gelegen delen van de Waddenzee in kaart te brengen. "Van de wadplaten weten we best wel veel, maar van de geulen weten we in verhouding wat minder", vertelt Tjisse van der Heide, onderzoeker bij het NIOZ en hoogleraar Kustecologie bij de Rijksuniversiteit Groningen. Herintroductie van hout in het water Daarnaast werd er gekeken naar hoe de biodiversiteit op die plekken zou kunnen worden hersteld. Een van de bedachte herstelmaatregelen was de herintroductie van hout in het water, vertelt de onderzoeker. "Vroeger mondden een hoop rivieren uit in de Zuiderzee, waardoor er van alles in de Waddenzee terechtkwam. Dingen zoals veenbonken, maar ook heel veel hout. Rondom rivieren stonden veel bomen en als die omvielen in het water, dreven ze af richting zee." Door de aanleg van dijken en dammen komt er zo goed als geen hout meer in de Waddenzee terecht. "Daardoor is een leefomgeving voor veel diersoorten verloren gegaan." Perenbomen uit Zeeland in de Waddenzee Om te onderzoeken hoe die leefomgeving deels kan worden hersteld, besloten de onderzoekers van het NIOZ te experimenteren met bomenriffen in het water van het Eierlandse Gat. Zo'n rif bestaat uit zes afgedankte perenbomen uit Zeeland die aan elkaar vast zijn gemaakt in de vorm van een piramide van 2,5 meter hoog. Tekst loopt door onder de kaart met de locatie van het Eierlandse Gat. "Op elke proeflocatie hebben we er daar acht van bij elkaar gezet, waardoor er kunstmatige riffen ontstonden. We hebben gedurende drie jaar gekeken naar de aangroei op de bomen, maar ook wat het verder voor leven aantrekt." De onderzoekers zagen dat het binnen een jaar krioelde van het leven op de kunstmatige riffen. "Er zaten mosselen, oestertjes, zeepokken en anemonen op. Van alles en nog wat groeit erop." Al die aangroei zorgde er volgens de hoogleraar voor dat er veel vis op afkwam. "Ook omdat de vissen zich goed konden verstoppen tussen alle takjes van de riffen." Tekst loopt door onder de foto. Met een 'consumentensonar' zoals fish finder, die vooral door sportvissers wordt gebruikt, konden de onderzoekers de vissen volgen die hoger door het water zwemmen. "Daaruit bleek dat er 3,5 keer zo veel vis rondom de riffen zit als daarbuiten", aldus de onderzoeker. Gevlekte gladde haai De sonar was niet in staat om kleinere vissoorten te identificeren. "Omdat het water van de Waddenzee zo troebel is, konden we alleen de grootte en de hoeveelheid zien. We konden niet zien welke specifieke vissoorten voorbijkwamen." Bij grotere soorten lukte dat beter: zo werd er een haai van anderhalve meter lang gespot. Mogelijk ging het om een gevlekte gladde haai. De resultaten van het onderzoek waren volgens Van der Heide een stuk beter dan vooraf gehoopt. "We zien dit onderzoek echt als een succes. We hadden niet verwacht dat er op korte termijn zo veel leven op de riffen af zou komen." Waddenzee gebaat bij afwisseling Maar deze resultaten betekenen volgens hem niet dat we de hele Waddenzee volgelegd moet worden met deze bomenriffen. "Het zeeleven is juist gebaat bij veel afwisseling in leefomgeving." Met dit onderzoek draagt het NIOZ bij aan de gereedschapskist voor natuurbeheerders om aan herstel te doen. "In dit geval Rijkswaterstaat", aldus Van der Heide. "Maar het is nog afwachten wat er verder mee gedaan wordt."