NH Nieuws
In de serie Iconen voegen we iedere keer een nieuw portret toe aan de eregalerij van Noord-Hollandse grootheden. Deze week is dat worstelaar Bert Kops jr. Na een zwaar auto-ongeluk zou hij nooit meer worstelen, maar Kops liet het er niet bij zitten en ging gewoon weer trainen. We zijn deze keer op bezoek bij een echte professor: professor Bert Kops junior om precies te zijn. Gepromoveerd in de vechtsporten. Hij is in het bezit van de achtste dan, een zeer hoge meestergraad. Dan mag je je, zo vertelt Kops ons, professor noemen. En voor wie het niet gelooft: het certificaat hangt aan de muur. Het interview begint dus met een lesje in nederigheid. Die nederigheid is op zijn plaats bij binnenkomst van zijn sportschool, waar vele levensgrote, en misschien wel iets te uitbundige, trofeeën staan uitgestald. Ze zijn gewonnen op diverse toernooien, van Japan tot Suriname. Kortom: Kops is een ware kampioen. Mesjogge "Ik was helemaal mesjogge van het worstelen", zegt Kops. "Man tegen man en de sterkste wint. Knokken, stoeien, optillen, gooien met elkaar. Ja, geweldig!" De liefde voor het worstelen heeft Kops niet van een vreemde. Zijn ouwe heer, Bert Kops sr, leerde hem de fijne kneepjes. Hij was een grote naam in het worstelen. Junior heeft de keren niet meer bijgehouden dat hij Nederlands kampioen werd. "Ik was dertien toen ik voor het eerst jeugdkampioen werd, ik werd elk jaar kampioen in zowel Grieks-Romeins als vrije stijl. Tel maar op: dat waren al meer dan tien titels. Ik werd ook seniorenkampioen toen ik zeventien jaar was en pakte wel eens drie titels in een jaar. Dat is jarenlang zo doorgegaan. Ik was een goeie opvolger van mijn vader." Goed voorbeeld Met een vader die zo goed kon worstelen, kon Kops natuurlijk geen andere sport doen. "Nee", beaamt hij zonder aarzeling, "maar dat wilde ik ook niet." "Als kleine jongetje ging ik al mee naar wedstrijden kijken. Mijn vader was zo goed, die won alles zo mooi en makkelijk, dat wilde ik ook. Wat papa kon wilde ik nog beter doen." Kops vertelt hoe gedreven hij was om de top te bereiken, daarbij geholpen door zijn vader. "Als je in de top mee wilt doen, dan moet je twee keer per dag serieus gaan beulen: krachttraining, optrekken, push-ups, sit-ups. Je moet bij wijze van spreken een spagaat kunnen maken en een saltootje. Die explosie moet in het lichaam zitten. Worstelen is fysiek ongelooflijk zwaar." "Ik kon ook goed handballen, ik kon goed voetballen. Ik kon alle sporten goed. Bij handbal zat ik zelfs in de jeugdselectie van Nederland. Maar het individualistische, het alleen moeten doen, dat vond ik mooi." Auto-ongeluk Maar zijn veelbelovende worstelcarrière leek in de kiem gesmoord. Een week voor zijn twintigste verjaardag kreeg Kops een zwaar auto-ongeluk. Hoe het precies gebeurde, weet hij niet meer, maar hij reed zijn auto volledig in de prak tegen een boom. En hijzelf lag ook in de prak. "Het bot stak uit mijn been en mijn kaak stak uit mijn nek. Toen hebben ze me eruit gezaagd en kreeg ik een spoedoperatie." Kops was sportief en goed getraind en dat is volgens de artsen zijn redding geweest. Maar het worstelen kon hij wel vergeten. Dat liet Kops zich niet zeggen. Hij ging gewoon weer trainen. "Het leuke was, ik was net weer kampioen van Nederland geworden en had een afspraak in het ziekenhuis. Ik ben toen met één kruk gegaan. Die dokter zegt: ik heb goed nieuws, je hoeft die kruk niet meer te gebruiken. Ik zeg: dokter, ik heb nog beter nieuws. Ik ben eergisteren Nederlands kampioen geworden. Dat was een half jaar na het auto-ongeluk." Kijk hier voor meer Noord-Hollandse Iconen
Go to News Site