NH Nieuws
Cartoonist Jip van den Toorn benadrukt dat verzetsdaden niet altijd groots of heroïsch hoeven te zijn. Tijdens de Willem Arondéuslezing in de Haarlemse Bavokerk staat zij stil bij het belang van vrijheid, in een tijd waarin mensen volgens haar 'negatieve ontwikkelingen liever negeren': "Dat swipen we letterlijk weg op onze telefoons." Willem Arondéus bombardeerde op 27 maart 1943 het bevolkingsregister, en werd daarmee een belangrijke verzetsstrijder. Hij was kunstenaar en openlijk homoseksueel. Ter ere van zijn verzetsdaad nodigt de Provinciale Staten ieder jaar een kunstenaar, schrijver of journalist uit om te praten over het thema vrijheid. Dit jaar is dat cartoonist en illustrator Jip van den Toorn. Als cartoonist teken je een mening of situatie op papier, vervolgens zet je het online. Nu ga je in het echt tegen mensen spreken. Hoe vind je het om via een ander medium te spreken? "Dat vind ik erg spannend. Normaal gesproken zet ik een cartoon op Instagram en dan heb ik er geen omkijken naar. Ik heb geen idee hoe mensen erop reageren. Tijdens de lezing zit ik voor een grote groep mensen, die mij direct feedback kunnen geven. Toen ik werd gevraagd vroeg ik meteen of er een beamer beschikbaar is, zodat ik nog cartoons kan laten zien voor als het misgaat. Dat is er helaas niet, dus ik zal het zelf moeten doen." Grote namen, zoals Hanneke Groenteman en Natascha van Weezel, zaten de afgelopen jaren op jouw stoel. Hoe vind je het dat jij nu voor deze lezing bent gevraagd? "Mijn eerste reactie was: dit gaat over vrijheid en onvrijheid, is dit wel mijn probleem? Hanneke heeft zelf ondergedoken gezeten, Natascha is Joods. Ik heb het privilege dat ik persoonlijk minder ben geraakt door de oorlog. Ben ik dan wel de juiste persoon hiervoor? Maar eigenlijk is dat niet het juiste uitgangspunt, want wanneer is iets wél jouw probleem? Daar gaat het nu veel over in de maatschappij: mensen nemen geen verantwoordelijkheid als het niet over hen gaat. Zonder verzetshelden is er meer ruimte voor een fascistisch regime, maar je hebt een hele samenleving nodig om je te verzetten. Het is niet alleen aan minderheden om te vechten voor hun rechten, dat moeten we allemaal doen." Willem Arondéus heeft een enorme verzetsdaad verricht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kritische cartoons maken is eigenlijk ook een vorm van verzet. Hoe kijk jij daarnaar? "Ik teken cartoons die met het nieuws te maken hebben. Vaak vraag ik mij af: wat voeg ik eigenlijk toe? Ik maak ten slotte alleen maar tekeningen. Toch merk ik wel dat zoiets kleins als een tekening delen, het voor anderen makkelijker maakt om zich uit te spreken. Een tekening inspireert en brengt iets teweeg. De problematiek in de wereld is zo groot dat je snel lamgeslagen kan worden. 'Oorlog' is een groot onderwerp, maar als je het afschilt zijn er veel kleine dingen die je kan doen als verzet." Tekst gaat verder onder de cartoon... Wat zie jij dan als verzet? "Een verzetsdaad hoeft niet groot te zijn. Het kan al op microniveau, zoals taalles geven aan vluchtelingen of een boodschap doen voor je buurvrouw. Samen zijn we een maatschappij, en ik denk dat als je een handje bijdraagt en je openstelt, dat ook al een daad van verzet is. Daarnaast kost het ons tegenwoordig niks om je uit te spreken. Wij hoeven geen bevolkingsregisters te bombarderen en ons leven te riskeren voor vrijheid." Je maakt vaak kritische en controversiële cartoons en illustraties, voel jij je in deze tijd nog vrij genoeg om alles te kunnen maken? "Juist nu is het belangrijk om te blijven tekenen. Het voelt als een privilege dat het in Nederland kan. Ik heb collega's die cartoons maken in Iran, daar heb je echt te maken met onvrijheid wanneer je iets kritisch tekent. Ik ken veel mensen die dagelijks in onvrijheid leven en daar niet voor kunnen kiezen." Voel jij je dan nooit gecensureerd in wat je maakt? "Toen ik net voor Volkskrant begon te tekenen had ik een ander wereldbeeld. Ik dacht toen dat iedereen het uiteindelijk goed bedoelt en dat we allemaal dichter tot elkaar willen komen. Dat beeld is veranderd. Als ik nu naar het publieke debat kijk, vertrouw ik de kijker minder. Daarom maak ik mijn beelden tegenwoordig uitleggeriger. Dat is een soort zelfcensuur." Waar gaat je lezing over? "Over de vraag: 'wiens probleem is het?' Dat zouden we ons allemaal af moeten vragen. We leven in een individualistische samenleving en we willen de slechte dingen niet graag zien. Dat swipen we letterlijk weg op onze telefoons. Toch moeten we blijven vechten. Als ik aan oorlog denk, zie ik nazi's voor me die op straat marcheren. Maar we zitten eigenlijk al in een oorlog: denk aan cyberaanvallen en de flyers over noodpakketten op je deurmat. Het kost ons nu nog niks om te vechten voor onze vrijheid. Wij kunnen protesteren en ons hardop uitspreken. Dat is echt een luxe."
Go to News Site