NOS
Het Indonesische leger heeft tientallen voorstellingen gestopt van de documentaire Pesta Babi . De film toont dat op Papoea een van de grootste ontbossingsprojecten op aarde plaatsvindt, ten koste van de lokale bevolking. Zakenmensen, het leger en prominente politici zouden daar zelf rijkelijk aan verdienen. De filmvoorstellingen worden vaak in het geheim georganiseerd. Ze worden online aangekondigd. Mensen die de film willen zien kunnen zich aanmelden. Als je op de lijst komt, krijg je pas kort van tevoren te horen waar de vertoning is. Zoals op een geheime plek in het zuiden van de hoofdstad Jakarta. Bij een activistisch clubhonk van hout en roestige aluminiumplaten hebben zich twintig mensen verzameld om de film te zien. Veel van hen willen anoniem blijven. "Om het risico van repressie te minimaliseren", zegt een van kijkers. "Ik ben ook bang dat het leger vanavond langskomt om deze vertoning tegen te houden." Met het bos verdwijnt ook cultuur Tama Margaretha Nauli maakt zich een stuk minder druk. "We doen toch niets verkeerd?" Ze werkt voor Greenpeace en heeft de voorstelling mede georganiseerd. "Papoea is een van de laatste plekken op aarde met enorm veel oerbos. Dat wordt gekapt, en daarmee wordt ook de cultuur van de lokale Papoea verwoest." Papoea, het westelijke en Indonesische deel van het eiland Nieuw-Guinea, is ongelooflijk rijk aan grondstoffen. Goud, koper, nikkel, hout, gas: er zit van alles in de grond. Maar het gebied is ook rijk aan land waarop suikerriet, palmolie en rijst geplant kunnen worden, in het kader van het Nationale Strategische Project voor voedselzekerheid. Sinds 2020 ontdoet de Indonesische overheid daarom een gebied in Zuid-Papoea, zo groot als Zwitserland, van zijn oerbos. In de film Pesta Babi wordt getoond hoe daarmee het leefgebied van de lokale Papoea wordt verwoest. Ambrosius komt uit Papoea en heeft meegewerkt aan de film. Hij kijkt er met pijn in zijn hart naar. "Ik voel die teleurstelling, de woede en het trauma. Want dit gebeurt al heel lang op Papoea. Op andere plekken, maar het is altijd hetzelfde." In zijn ogen stuurt de overheid al decennialang bedrijven om te verdienen aan de grondstoffen. Daarmee gaan ook andere dingen gepaard: door de komst van werklui uit andere delen van Indonesië dreigen de Papoea een minderheid in eigen land te worden. En er zijn grote aantallen agenten en militairen gestuurd om weerstand de kop in te drukken. De naam Pesta Babi heeft dan ook een dubbele betekenis. Het verwijst naar een lokale traditie om gezamenlijk varkens te roosteren, maar verbeeldt ook de rijke Indonesische elite die van Papoea een zwijnenmaal maken. Het schransen van lokale rijkdom. 'Film kan tot weerstand leiden' Volgens Tama is dat ook precies waarom het leger ingrijpt bij voorstellingen van de film. "Veel mensen in de overheid, en het leger, verdienen geld bij deze projecten. Als Indonesiërs de film zien, dan zouden ze weerstand kunnen bieden. Dan kan de overheid hier natuurlijk niet mee doorgaan." De Indonesische minister van Justitie benadrukt dat de film officieel niet verboden is. Maar het leger is harder over de film. Die zou misverstanden in de hand werken en sociale onrust kunnen veroorzaken op Papoea. Want het leger betreft hadden de filmmakers eerst een licentie moeten aanvragen bij de Film Censuur Commissie. Toch kon de voorstelling in Zuid-Jakarta zonder interruptie afgekeken worden. Als een panel een debat met het publiek begint, zegt Ambrosius dat hij wil dat Indonesiërs het rauwe beeld van Papoea zien. "Ik hoop dat deze film een deur opent voor discussie. Het zal de pijn van Papoea niet meteen beëindigen, maar we kunnen er wel over praten." De makers hebben de film op YouTube gezet, waar die tot maandagmiddag 11 miljoen keer is bekeken. Er is Engelse ondertiteling toegevoegd, in de hoop dat mensen buiten Indonesië de film ook zullen zien.
Go to News Site