NOS
Nergens ter wereld kijken meer mensen naar het wereldkampioenschap voetbal dan in China. Tijdens het vorige WK van 2022 was China goed voor de helft van alle kijkuren op digitale en sociale platforms wereldwijd. Opmerkelijk, want het nationale elftal deed net als deze zomer zelf niet mee. Toch geeft dat enorme publiek China grote invloed binnen het mondiale voetbal. Minder dan een maand voor de start van het WK 2026 bereikten de Chinese staatstelevisie en de FIFA een akkoord over de uitzendrechten. Volgens verschillende Chinese bronnen vroeg de FIFA zo'n 300 miljoen dollar, maar betaalde China uiteindelijk 110 miljoen. De deal wordt door de Chinese staatsmedia dan ook gezien als bewijs dat de FIFA en het wereldwijde voetbal China nodig hebben en niet andersom. Voetbal populair De FIFA en China hebben al decennia een hechte band. In 2004 noemde toenmalig FIFA-voorzitter Sepp Blatter China een van de bakermatten van het voetbal. Hij refereerde hierbij aan Cuju, een spel dat zo'n 200 jaar voor Christus in China ontstond en wordt gezien als een vroege vorm van voetbal. De erkenning is voor China het bewijs dat ze er in het mondiale voetbal toe doen. Maar voetbal werd in China pas echt populair in de jaren 90 door de komst van de televisie en de oprichting van de eerste moderne profcompetitie. "Overal voetbalden mensen in de publieke ruimte en dit werd ook gestimuleerd", vertelt Li Shitao, oprichter van een voetbalschool in Peking. "De Chinese overheid zag de sport als symbool van een sterk, modern en internationaal land." Volgens Rowan Simons, auteur van het boek Bamboo Goalposts over de voetbalgeschiedenis van China, keken in 1995 een half miljard Chinezen naar de competitiewedstrijden. Matige prestaties Maar terwijl China zich economisch ontwikkelde, veranderde de samenleving, vertelt Li. "Kinderen moesten meer studeren en kregen minder tijd om buiten te spelen. Met als resultaat dat niet alleen het aantal voetballende kinderen daalde, maar ook het niveau van het Chinese voetbal." En dat blijkt ook uit China's uitblijvende WK-deelname. De enige keer dat China zich voor een WK kwalificeerde, was kort na de populariteitspiek, in 2002. Tegen Brazilië waren de Chinezen dicht bij een historische treffer, maar de bal raakte de paal. Met nul doelpunten eindigde het Chinese avontuur in de groepsfase. Grootste plannen De Chinese voetbalfans kregen weer hoop toen de overheid in 2015 met een nationaal ontwikkelingsplan voor het voetbal kwam. Hierin staat dat China een voetbalwereldmacht wil zijn in 2050. Het land dient dat te bereiken door het WK te organiseren, zich met regelmaat te kwalificeren en uiteindelijk het WK te winnen. In de jaren daarna werden duizenden voetbalvelden aangelegd, opleidingscentra geopend en buitenlandse talenten aangetrokken. Ook trapte president Xi, van wie gezegd wordt dat hij een voetballiefhebber is, regelmatig een balletje. Maar alle aandacht mocht niet baten. Het Chinese mannenteam staat momenteel 94ste op de FIFA-ranglijst de laagste positie in meer dan tien jaar. Naast het gebrek aan spelers is daar volgens Li, van de voetbalschool in Peking, nog een reden voor. "In China wordt voetbal vaak benaderd als iets dat je kunt aanleren door discipline en studie. Al die voetbalscholen volgen hetzelfde voetbalcurriculum." Volgens hem is er voor vrijheid, creativiteit en plezier nauwelijks ruimte. Voetbal wordt door ouders gezien als carrièrepad. "Maar als er geen passie is, kun je ook geen topspelers ontwikkelen", is Li's overtuiging. Het nationale vrouwenelftal presteert overigens aanzienlijk beter. De ploeg plaatste zich meerdere keren voor het WK en staat zestiende op de wereldranglijst. Corruptie Een andere oorzaak van de malaise in het mannenvoetbal is de hardnekkige corruptie. De afgelopen jaren werd zowel een ex-bondscoach als het voormalig hoofd van de Chinese voetbalbond veroordeeld voor het aannemen van steekpenningen. Ze kregen gevangenisstraffen van respectievelijk twintig jaar en levenslang. Toch lijken de problemen daarmee niet verdwenen. Recent kwam opnieuw een groot netwerk van wedstrijdvervalsing aan het licht waarbij tientallen clubs betrokken zouden zijn. Hoewel de overheid z'n investeringen in het voetbal de afgelopen jaren iets heeft teruggeschroefd, zowel in binnen- als buitenland, blijft het een economische grootmacht binnen het wereldwijde voetbal. De vraag is wanneer die overmacht zich zal uiten op het scorebord.
Go to News Site